James MacGranahan was een getalenteerd Amerikaans musicus, die leefde van 1840 tot 1907. Hij was gezegend met een unieke tenorstem en studeerde vijf jaar bij hoogeplaatste muziekleraren die hem aanmoedigden om een carriere in de opera te beginnen. Dit advies gaf hem het idee van duizelingwekkende vooruitzichten op roem en rijkdom. En hij was er aldoor zeker van dat het binnen zijn mogelijkheden lag om dat te bereiken.
MacGranahan was een Christen, en zijn, eveneens Christelijke vriend,
Philip P. Bliss was erg bezorgd om hem. Deze vriend was ook een zeer begaafd musicus, die al veel ervaring had als zanger in zijn vroege jeugd. Maar Bliss gaf toe aan de roep van de Heer en gebruikte zijn talent nu enkel en alleen in dienst van God. Hoewel Bliss maar twee jaar ouder was dan MacGranahan had hij, op 38 jarige leeftijd, al tientallen jaren van Christelijke werken achter zich. Hij diende als een groot gospel solozanger bij de grote evangelist Major D. W. Whittle. De vervulling dat hem dat gaf, om mensen middels zijn muziek te bereiken, gunde hij ook zozeer aan zijn goede vriend MacGranahan.
Philip Bliss en zijn vrouw maakten zich op voor een reis naar hun geboorteplaats in Pennsylvania. Hoewel er nog veel te doen was voor de reis, voelde Bliss toch een sterk verlangen om de tijd te nemen om een brief naar MacGranahan te schrijven. Hij moest aldoor denken aan zijn 36 jarige vriend die druk bezig was om zich voor te bereiden op
..ja, op wat? Zou het een opera carriere worden, of toch het werk van de Heer? Terwijl Philip schreef bad hij om de juiste woorden. Hij wist dat de Heer wel naar James omzag en hij wilde zo graag dat die de juiste beslissing zou nemen.
Eindelijk was de brief klaar. Voor goedkeuring voor wat hij had geschreven las hij de brief voor aan Major Whittle. Hij vergeleek daarin MacGranahans lange muzikale studie als een man die zijn werktuig in orde maakt voor de komende oogst. De brief bereikte de climax toen hij MacGranahan aanspoorde:"Stop met het slijpen van je werktuig en ga er het graan mee in om de oogst binnen te halen voor de Meester!"
De brief werd gepost en kwam niet lang daarna aan bij de geadresseerde. MacGranahan was nog nooit zó door woorden geraakt als deze geschreven woorden van zijn vriend. Hij kon nergens anders meer aan denken. "Ga het graan in en oogst voor de Meester
oogst voor de Meester
oogst voor de Meester!" Dag en nacht dacht hij aan die woorden. Een week later, op 29 december 1876, was de man die deze woorden schreef dood. De trein waarin Bliss en zijn vrouw zaten was op weg terug naar Chicago, waar Bliss een optreden zou gaan verzorgen in de Moody Tabernacle, toen het zestig meter naar beneden stortte vanaf een spoorwegbrug.
Toen James het nieuws hoorde van de ramp, vertrok hij onmiddelijk naar de plaats des onheils. Daar ontmoette hij voor het eerst in zijn leven Major Whittle. Veel later beschreef Major Little zijn gedachten bij deze ontmoeting als volgt: "Voor mij staat de man die Philip Bliss heeft uitgekozen om zijn opvolger te worden."
De twee mannen reisden samen terug naar Chicago. Nog vóór ze daar aankwamen had MacGranahan besloten om zijn leven, zijn talenten en zijn
ja, zijn
alles in dienst van de Heer te stellen. Hij zou "het graan ingaan en oogsten voor de Meester."
De operawereld verloor die dag een grote ster, maar de Christelijke wereld kreeg er een van de beste gospelzangers voor terug. James MacGranahan werd welbekend door heel Amerika, Groot Britannië en in Ierland.