Is het je wel eens opgevallen hoe vaak het word 'wonder' tegenwoordig wordt gebruikt? Gezichtscrèmes die ons jonger laten lijken, computer technologie, de overgang van een land van onderdrukking naar vrijheid, het doelpunt van een voetballer die zijn team naar de overwinning leidt. Dit worden vandaag de dag allemaal wonderen genoemd. Alles waarvoor extreme moeite voor nodig is, of wat mensen verbaasd is tegenwoordig een wonder. Ik verbaas me er nog steeds over dat vliegtuigen in de lucht blijven, maar is dat een wonder?

We beginnen eerst met een definitie. De uitleg van de aard van wonderen vereist een lofuiting op God's activiteiten in de creatie. Dan gaan we reageren op bezwaren tegen de mogelijkheid van wonderen. Tot slot overwegen we het geloofsverdedigende nut.
Dus, wat is een wonder? In zijn boek 'All the miracles of the Bible'(alle wonderen van de Bijbel) zei Herbert Lockyer dat een wonder een soort buitengewoon werk van heiligheid is die alle normale krachten van de natuur te boven gaat en gebeuren met het oog op het einde der openbaringen. Kijk naar de drie elementen: wonderen zijn bovennatuurlijk, of het werk van heiligheid; en ze zijn deel van God's bedoelingen om Zijn aard en Zijn bedoelingen met ons te onthullen.

In Handelingen 2:22 spreekt Petrus van …..een man, u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen…..” Deze verwijzing naar wonderen kan ook vertaald worden naar krachten.
Wonderen laten de bovennatuurlijke krachten van God over de natuur en kwade machten zien. Deze krachten waren te zien in het optreden van Jezus toen Hij de zieken genas; de storm kalmeerde; en mensen opwekte uit de dood. Deze gebeurtenissen staan in tegenstelling tot de normale gang van natuurlijke zaken; ze konden alleen gedaan worden door een bovennatuurlijke kracht.
Het woord wonderen verwijst naar de reacties die de wonderen in de toeschouwers teweeg hebben gebracht, een reactie van verbazing en angst. Toeschouwers wisten dat ze iets buitengewoons hadden gezien, iets dat in zijn grootheid zelfs bedreigend voor hen kon zijn. Petrus wijst in Handelingen 2:22 naar de onthullende bedoelingen van wonderen door te verwijzen naar de tekenen van Jezus. het woord tekenen onderstreept het aspect van wonderen die het belang van de gebeurtenis laat zien; tekenen die ergens naar wijzen, of die iets anders openbaren.  
Ten eerste wijzen ze op een relatie tussen de wonderdoener en God. In Johannes 5:36 zegt Jezus dat de werken die Hij doet het bewijs is dat Hij door God is gezonden. Ten tweede zijn ze gericht op een grotere bezigheid van God die nog moet komen. Zoals een schrijver eens zei: “De krachten die Jezus ten toon spreidde zijn een voorproefje van de krachten die zullen worden onthuld in het einde der tijden.” Wonderen zijn op zich al onthullend omdat ze de aard van God openbaren. Jezus kwam om ons de Vader te laten zien. Hij zei dat Hij de Redder was, en dat liet Hij zien door reddende dingen te doen. Hij genas de zieken, bevrijdde mensen van demonische machten en Hij redde uit de verschrikkelijke storm.

Wonderen komen dus van God; ze overstijgen de natuur en ze openbaren God. Het zijn niet alleen maar verbazingwekkende gebeurtenissen. Als zo'n beetje alles wat verbazingwekkend is een wonder wordt genoemd, alleen omdat het verbazingwekkend is, dan verliezen de echte wonderen hun betekenis.
Wonderen en Voorzienigheid
Het woord wonder wordt zo vaak gebruikt, en beschrijft zoveel dingen dat het zijn kracht heeft verloren. Een van de redenen waarom we gebeurtenissen onterecht wonderen noemen -met name door Christenen- is dat we de eer aan God willen geven voor Zijn werk in ons leven. Zo zou het moeten zijn. Maar voordat wij de wonderen de eer doen toekomen, moeten wij onderscheid maken tussen de verschillende activiteiten van God in deze wereld.

We kunnen Gods betrokkenheid plaatsen in drie categorieën:
Wonderen: wat zijn het?
Het doel van deze overwegingen is dat we het woord wonder niet klakkeloos zullen gebruiken. Om hun rol te volbrengen moeten wonderen strikt gescheiden worden van iets dat alleen maar verbazingwekkend is.
Wonderen zijn al eeuwenlang onder vuur genomen. In het kort: mensen die bezwaar tonen tegen wonderen nemen aan dat onze levenservaringen een standaardnorm zijn. Met respect voor de natuur wordt aangenomen dat alles wat wij in de natuur zien, ook alles is of alles wat er kan zijn. Met respect voor tijd zeggen critici dat onze ervaringen in het heden vaststellen wat er in het verleden had kunnen gebeuren, of dat onze beperkingen ons niet toestaan te weten wat er in het verleden is gebeurd. Laten we eerst eens kijken naar het aspect natuur, daarna naar het probleem van de historische kennis met betrekking tot de consideratie voor wonderen.

Wonderen kwamen onder zwaar vuur te liggen tijdens het rationalisme { denkwijze waarbij alleen datgene aanvaard wordt, wat met het verstand te begrijpen is } door gelovigen en atheïsten, en later door ruimdenkende kerkmensen. In de onstuimige dagen van de opkomst van de wetenschap begonnen velen wonderen te zien als schending van de natuurwetten. Voor de rationalisten van die tijd was die vorm van schending een onmogelijkheid. David Hume, de Schotse filosoof zei het zo: “Een wonder is een schending van de wetten der natuur; en omdat een sterke, niet te veranderen ervaring  deze wetten vaststeld, is het bewijs tegen een wonder…..net zo volledig als elke andere bewering van ervaring die we ons kunnen voorstellen.

Dit werpt twee vragen op:

1.    Zijn natuurwetten onschendbaar?
2.    Hoe leggen we het bewijs uit?
Filosofische aanval: Wonderen en Natuurwet
Argumenten tegen wonderen die gebaseerd zijn op de werking van de natuur, onthullen een verborgen filosofie of naturalisme. Maar er is nog een andere vorm van bezwaar tegen wonderen. Dat is dat de geschiedenis het gewicht van het bewijs van wonderen niet kan dragen.
We hebben zojuist kunnen lezen dan David Hume's argument tegen wonderen is gebaseerd op de natuurwetten. Oppervlakkig  gezien was Hume's argument tegen bewijs van een wonder, niet per se tegen de realiteit ervan. Zijn voornaamste punt was dat we niet kunnen weten of er een wonder is gebeurd, omdat onze kennis is gebaseerd op bewijzen en de overmacht van bewijzen is altijd voor de natuurwet en tegen wonderen. Hij zou bijvoorbeeld geloven dat het aannemelijker was dat alle getuigen logen dan dat iemand uit de dood was opgestaan. Hoe was Hume hier zo zeker van? “Omdat,” zei hij, “dat nog nooit is waargenomen in welke eeuw of land dan ook.” Dus als iemand zei dat zij een wonder hadden gezien, zij Hume dat ze waren misleid of dat ze logen omdat niemand ooit een wonder had gezien! Het mag blijken dat Hume's argument tegen weten of er een wonder was gebeurd, gebaseerd was op zijn op voorhand zijnde oordeel dat er geen wonderen gebeuren.
Als er dus al geen getuigenis afdoende genoeg is om wonderen in het heden te bewijzen, dan zullen toch zeker de documenten die de wonderen in het heden beschrijven zeer gebrekkig zijn. “Als we vandaag geen wonderen ervaren”, zo dacht Hume, “dan is er geen reden om aan te nemen dat ze in het verleden wel gebeurd zijn.” Anthony Flew, een hedendaags filosoof heeft voortgeborduurd op Hume's argumentaties. Hij zegt dat er een gelijkvormigheid moet bestaan tussen het heden (de tijd van de historicus) en het verleden (toen de gebeurtenis plaatsvond) om een logische verklaring van het verleden te kunnen geven. Dit heet de wet van de analogie.

De regelmatigheden van de natuur zijn deel van onze tegenwoordige ervaringen, en we moeten aannemen dat ze de ervaringen zijn geweest van mensen in het verleden. Dit argument stelt voorop dat er nu geen wonderen gebeuren. Hoe weten critici dit? Of ze moeten alwetend zijn, of ze moeten beginnen bij een naturalistische wereldvisie die op voorhand al wonderen uitsluit. Je moet je ook afvragen hoe Flew elke unieke gebeurtenis, zoals de oorsprong van het universum en het leven, kon accepteren, als regelmatigheid een vereiste is voor historische kennis.

Weer andere critici zeggen dat het probleem ligt bij de bestudering van de geschiedenis in het bijzonder. Zij discussiëren over het feit dat historische kennis te subjectief voor ons is om te weten wat er werkelijk in het verleden is gebeurd. Onze eigen waarden, wereldvisie en vooroordelen kleuren ons verstand dusdanig dat het niet echt historische objectieve feiten zijn. Maar als dat zo is, dat zou hun eigen oordeel over historische kennis ook te gekleurd zijn door hun eigen waarden, wereldvisie etc., om aan te nemen als een objectief feit. Zoals filosoof Frances Beckwith opmerkt: “Dit betekent ook dat geen enkele verklaring van de geschiedenis als slecht kan worden aangemerkt, en dat er geen reden bestaat om de geschiedenis te herzien.” (behalve misschien voor het vermaak van de historici). Het lijkt er op dat diegene die wonderen niet erkennen er op typische wijze door beïnvloed zijn.  Laten we daar eens naar kijken.    
Filosofische aanval: Wonderen en Geschiedenis
“Wonderen waren eens de basis van alle geloofsverdedigers, toen werd het een geloofsverdedigend  hulpmiddel, en vandaag wordt het niet zelden beschouwd als een kruis voor geloofsverdedigers om te dragen”, zei eens een Duitse theoloog in het begin van de twintigste eeuw. Hoewel het waar is dat de meeste geloofsverdedigers het wonder van de opstanding van Jezus beklemtonen, spelen wonderen over het algemeen toch een kleine rol voor geloofsverdedigers.
Wat is de gepaste rol van wonderen in de geloofsverdediging? Ten eerste, natuurlijk, moeten Christenen bevestigend antwoorden dat wonderen gebeuren en dat de Bijbel daarom waar is. Wonderen zijn een wezenlijk deel van het Christendom; wie tegenwerpingen creëert door hun rol in waarde te verminderen verwaarloost hun doel. Maar hoe zit het met de overtuiging? Werden in de Bijbel wonderen gebruikt om ongelovigen te overtuigen?

In het Nieuwe Testament zien we dat wonderen inderdaad werden gebruikt als bewijs en dat ze sommige mensen tot geloof brachten. In Johannes 11:45 lezen we, nadat Jezus Lazarus had opgewekt uit de doden:”Vele der Joden, die tot Maria gekomen waren en aanschouwd hadden wat Hij gedaan had, geloofden in Hem…” (Lees ook: Handelingen 2:22-41, 5:12-16, 6:7-8, 8:6-8, Romeinen 15:18-19). Maar denk eraan dat ook sommigen zich bij de Farizeeërs beklaagden en scholden op Jezus. Op andere momenten bestrafte Jezus de Farizeeërs omdat ze noch in Zijn woorden, noch in Zijn werken geloofden(Johannes 10:22-32, 15:24). Niet iedereen geloofde als gevolg van wonderen. Jezus deed geen wonderen voor mensen die niet geloofden- zoals in zijn vaderstad (Mattheüs 13:58)- of voor hen die er op stonden dat Hij zichzelf bewees- zoals de Joodse leiders(Mattheüs 16:1-4).    
Nee, Jezus deed alleen wonderen in antwoord op geloof. Maar dit was niet per definitie het geloof in Jezus als Verlosser. Het kon ook simpel de openheid voor God zijn, van mensen die bereid waren te luisteren. Door wonderen te verrichten identificeerde Jezus Zichzelf als de Messias waarvan geprofeteerd was. Mensen erkenden of de vervullingen van de profetieën, of de hand van God, of allebei.

Misschien dat sommigen nu zullen zeggen: Maar zelfs als de mensen niet in wonderen geloofden, zouden ze dan niet toch in ieder geval het gesproken Woord geloven? Denk er aan dat wonderen deel zijn van Gods openbaring van Zijn verlossingswerk. Ze werden geplaatst in de context van de gesproken boodschap van Jezus. Mensen die weigerden het gesproken Woord te accepteren, wezen daarmee ook het bewijs van de wonderen af, en andersom. Zoals Abraham zei in de gelijkenis die Jezus vertelde:”Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen” (Lucas 16:31).

Dus, in antwoord op de vraag of wonderen mensen tot geloof in Jezus Christus kan brengen, kunnen we stellen dat het kan wanneer er diep in hun het bewustzijn van God is ontwaakt, waarvan Paulus zei dat wij dat allemaal hebben (Romeinen 1:20). Maar voor degene die met opzet God uit hun leven en uit hun wereldvisie hebben gebannen zullen wonderen weinig meer overtuigingskracht hebben dan dat het horen van de boodschap in de Schrift voor hen zal zijn.
Wonderen voorzien in het bewijs van de identiteit van Jezus Christus en in de waarheid van de boodschap die hij verkondigde, in het bijzonder als ze gepaard gingen met profetieën. Wij zullen niet iedereen kunnen overtuigen van de waarheid van Jezus Christus. Maar als God wonderen kiest als bevestigend bewijsmateriaal, dan moeten wij die niet schuwen.


Bron: Probe Ministries
Vertaling: ©2002 Het Zoutvat
Het Geloofsverdedigende voordeel van Wonderen
  • Ten eerste, dat wat wij voorzienigheid noemen, Gods aanhoudende werk in het ondersteunen van het universum dat Hij schiep en de mensen er in. (Hij houdt de sterren op hun plaats; Hij voorziet in onze lichamelijke behoeften) en Hij is actief in het besturen van onze maatschappij. Mensen zijn er aan gewend geraakt dat dingen op een bepaalde manier gebeuren, of ze nu in God geloven, of niet. Er is geen expliciet geloof in God nodig om deze dingen te verklaren. Gebeurtenissen op dit niveau zijn geen wonderen.

  • Ten tweede, God is actief in wat wij speciale voorzienigheid noemen. De theoloog Louis Berkhof zei:”Speciale voorzienigheid is een combinatie van gebeurtenissen, zoals een verhoring van gebed, het redden uit problematieke situaties, en in alle voorvallen waar genade en hulp komen in kritieke omstandigheden. Gods hand is 'zichtbaar' in een manier waarop Christenen de stukjes van één of meer puzzelstukjes van hun leven op hun plaats zien vallen op een speciale manier. Het feit dat je dit nu leest is een voorbeeld: wanneer we alle gebeurtenissen bekijken die ertoe hebben geleid dat ik deze website heb gemaakt met het doel het verspreiden van het evangelie, dan moeten ik erkennen dat God hierbij betrokken was. Maar dat is omdat ik deze gebeurtenissen in de context plaats van het denken, de beslissingen en de gebeden van mensen die Gods wil zochten. Maar mensen die niet geneigd zijn om Gods werk in ons leven te zien, zien hier niets bovennatuurlijks in. Zij zouden gewoon zien dat ik toevallig veertien jaar geleden mijn eerste computer kreeg (met cassettebandjes!), en dat ik met de computertechnologie ben meegegroeid omdat het nu eenmaal een computertijdperk is en je, als je kinderen hebt nu eenmaal aan deze dingen niet voorbij kan gaan, en het maken van een website dan nog maar een kleine stap verder is.

  • De derde categorie van Gods betrokkenheid zijn wonderen die we eerder beschreven als gebeurtenissen,die bovennatuurlijk zijn in hun soort, natuurwetten overtreffen of geweld aan doen en een onthullend doel dienen in Gods verlossingswerk. Hier is de hand van God duidelijk zichtbaar voor iedereen die niet met opzet weigert om te geloven. De gebeurtenis staat in contrast met de normale gang van zaken in de natuur; er is geen wetenschappelijke verklaring voor. Bij een doelbewust wonder kunnen wij ons afvragen: is het mogelijk dat deze gebeurtenis heeft kunnen plaatsvinden zonder Gods speciale bemoeienis om de onvermijdelijke koers van de natuur te wijzigen? Deze drie categorieën zijn niet exact verdeeld. In feite lopen ze in elkaar over. Het karakteristieke kenmerk is echter de hand van God in een gebeurtenis. Is Hij op de achtergrond, zijn schepping onderhoudend? Of heeft Hij bepaalde gebeurtenissen zo gemanipuleerd tot een zeker einddoel te bereiken zonder Zijn aanwezigheid duidelijk zichtbaar te laten zijn voor iedereen? Of heeft Hij zo krachtig gehandeld in het koninkrijk van de natuur dat er geen andere verklaring is dan Zijn interventie?
  1. De natuurwetten. Sommige critici beweren dat er gewoonweg geen hogere macht bestaat dan de natuur en dat dus geen enkele macht de wetten van de natuur kan overtreffen. Dit is naturalisme, een filosofisch geloof die de natuur boven alles stelt. Dit is een filosofisch standpunt, waar we ons niet door moeten laten misleiden. Wij geloven dat God bestaat, en de Schepper is van de natuurwetten. Hij staat er Zelf boven en heeft het vermogen om ze te wijzigen. Zij niet. Om de mogelijkheid van wonderen te ondermijnen moeten naturalisten bewijzen dat er geen God bestaat om ze te laten gebeuren. Maar als wij laten zien dat bovennatuurlijke dingen gebeuren, of zijn gebeurd, dan moet de naturalist een verklaring zien te vinden die in zijn visie past. Andere critici zullen niet discussiëren vanuit een atheïstisch standpunt, maar zij beweren dat een universum waar natuurwetten kunnen worden overtreden onstabiel zou zijn. Als wonderen zouden gebeuren dan zou er een complete chaos ontstaan. Ons antwoord daarop is dat als God machtig genoeg is om de natuur te maken en zijn wetten te overstijgen, dat Hij ook machtig genoeg is om de rest van de natuur in balans te houden. In feite is dus de realiteit van de natuurwetten geen afschrikmiddel voor wonderen.

  2. Hoe wegen we het bewijs voor en tegen wonderen? Hoe zit dat met Hume's bewering dat er meer bewijs is tegen wonderen dan er voor? Ten eerste, het overvloedige bewijs van vaststaande feiten in de natuur suggereren dat wonderen een zeldzame uitzondering zijn. Maar dit maakt ze nu juist zo belangrijk!  Bedenk ook, dat de juiste bewijsvoering ook betekent dat je open moet staan voor nieuw bewijsmateriaal, inclusief  die van ongewone incidenten. Ten tweede, bewijs moet worden gewogen, niet geteld. Immers, wij zijn meer geneigd om de getuigenis van één eerlijk en integer mens te accepteren dan die van vijf bekend staande leugenaars. De kwaliteit van het bewijs is het enige dat telt, niet de hoeveelheid.
HOME