Jezus schatte niet alleen vrouwen hoog in waarde, maar liet ook een duidelijke rolverdeling zien tussen man en vrouw. Dit is het duidelijkst te zien aan het feit dat Jezus enkel mannen uitkoos als apostelen. Veel Bijbelse feministen trekken de betekenis van deze duidelijke rolverdeling in twijfel of verklaren het als cultureel of tijdelijk. De gevaren van het reizen en de door mannen gedomineerde cultuur van die tijd zou de reden zijn dat apostelen alleen mannen waren. Maar Jezus had er absoluut geen moeite mee om met sociale en culturele gewoonten te breken als dat nodig was. Hij bekritiseerde de Farizeeën publiekelijk (Matteüs 23:13-36), genas op de sabbat (Marcus 1:21-27; Lucas 13:14; Johannes 5:8-10), en zuiverde de tempel (Johannes 2:14-17; Matteüs 21:12-13). Tegen elk gebruik in, sprak Jezus met de Samaritaanse vrouw (Johannes 4:7-9), zat Hij aan tafel met tolontvangers en zondaars (Matteüs 9:11), en stond zelfs Zijn discipelen toe om te eten zonder hun handen te wassen (Marcus 7:1-23)! Het punt is, dat wanneer er morele kwesties speelden, Jezus niet boog voor culturele of sociale druk. Het was dus niet het sociale gebruik of culturele druk waardoor Jezus enkel een groep mannen als apostelen aanwees. Want als Hij had gewild, dan had Hij makkelijk zes mannen en hun vrouwen kunnen aanwijzen als apostelen. Immers, de vrouwen van de apostelen vergezelden Hem toch al regelmatig. Maar tot zulk een initiatief werd niet gekomen, terwijl de Joodse cultuur tòch wel vrouwen in de leiderschapspositie had aanvaard.
Slechts drie decennia voor Herodes koning werd, werd in Israël jaren geregeerd door koningin Alexandra. Het feit dat de profetes Debora ook als rechter optrad (Richteren 4:4-5), of de heerseres Atalja (2Koningen 11:3) een vrouw was, laat zien dat vrouwelijk leiderschap mogelijk was. Maar hoewel vrouwen excellente leiderschapskwaliteiten kunnen bezitten, heeft God toch een duidelijke rolverdeling in Zijn plan als het om het apostelschap en de vervulling van de oudstenrol gaat.
Nadat Jezus de hele nacht gebeden had(Lucas 6:12), koos Hij Zijn twaalf discipelen (Matteüs 10:2-4; Marcus 3:13-19). Apostelschap bracht ook leiderschap, bestuur, en het ontvangen van speciale openbaringen met zich mee. Een aantal functies van de apostelen waren direct al duidelijk zichtbaar: